Dyslexie

Dyslexie
Ongeveer vijf procent van de kinderen krijgt te maken met dyslexie. Dit komt overeen met 1 à 2 kinderen in een klas. Dyslexie is erfelijk bepaald. In drie op de vier gevallen gaat het om jongens. Dyslexie gaat vaak gepaard met socio-emotionele problemen. Het kind voelt zich minderwaardig, heeft faalangst en voelt zich gefrustreerd. Andere kinderen vertonen ongewenst gedrag om de aandacht te trekken, bv. de clown uithangen in de klas, voortdurend babbelen, fysiek geweld gebruiken, e.d.


Wat is dyslexie?

Kinderen met dyslexie kunnen moeilijk vlot lezen en spellen. Ze verwisselen of vergeten vaak letters in woorden.  Dikwijls lezen ze vragen van toetsen verkeerd en antwoorden dan ook vaak fout of onvolledig.  Ze hebben het lastig om zaken uit het hoofd te leren en soms hebben ze ook weinig gevoel voor tijd. Nieuwe informatie verwerken vergt meer tijd dan bij andere kinderen. En lang aandachtig zijn is moeilijk. Voor Frans of Engels zijn er minstens zoveel moeilijkheden als voor Nederlands.
Dyslexie is een leerstoornis. Als dat niet (h)erkend wordt, worden kinderen snel dom of lui genoemd.
Er zijn nog veel andere oorzaken waarom kinderen trager leren lezen of schrijven: ziekte, foute aanpak, intelligentietekort, concentratieproblemen, emotionele problemen enz… Je kan pas over dyslexie praten als er na intensieve hulp op langere termijn (minstens 6 maanden) geen of weinig vooruitgang merkbaar is.
Je kan een attest van dyslexie krijgen in revalidatiecentra, centra voor leerstoornissen, CLB, universitaire centra en individuele praktijken van pedagogen, logopedisten en neurolinguïsten. Met een attest van dyslexie kan je de school vragen om rekening te houden met de leerstoornis van je kind.
Dyslexie is dus een primaire leerstoornis. Er is sprake van een lees- en/of spellingsstoornis waarbij geen onderliggende oorzaak kan aangetoond worden. Het is belangrijk om het leesprobleem zo snel mogelijk te signaliseren om de achterstand te beperken en bijkomende problemen te vermijden.


Wie heeft het?

Drie tot vijf procent van de Vlamingen heeft dyslexie. In iedere klas zit wel één of twee leerlingen met dyslexie. Ongeveer één op de twintig heeft het in een hardnekkige vorm. Dyslexie komt viermaal meer voor bij jongens. In heel wat gezinnen zijn er meerdere kinderen met dyslexie. Dat wijst er op dat erfelijkheid een rol speelt.

Symptomen van dyslexie
Kleuterklas
Problemen met:
•             het benoemen van kleuren en weekdagen, het onthouden van cijfers
•             rijmen
•             auditieve discriminatie, bv. moeite om de begin/midden/eindletter van een auditief aangeboden woord te herkennen
•             het analyseren van woorden, bv. bak is b-a-k
•             auditieve synthese, bv. het kind hoort /p/-/oe/-/s/ en zegt ‘poes’.
•             lettergrepen in woorden herkennen
•             het kind kan soms moeilijk op bepaalde woorden komen
•             taalspelletjes, bv. noem zoveel mogelijk…
•             ruimtelijke begrippen zoals eerste, laatste, voor, achter, …
•             het in de juiste volgorde onthouden van zaken
•             belangstelling voor letters en geschreven woorden
•             opmerken van kleine verschillen


Lager onderwijs

In het eerste leerjaar leren kinderen dat letters worden samengevoegd tot een betekenisvol woord bv. p-oe-s wordt ‘poes’ of boe-ken-tas wordt ‘boekentas’. In eerste instantie leert het kind om letter-klankkoppelingen te herkennen. Daarna leert het kind woorden te herkennen zonder dat alle klanken volledig ontcijferd moeten worden. Het kind leert woorddelen en -structuren herkennen. Bij dyslectische kinderen loopt het in de eerste fase van letter-klankkoppelingen al fout. Ze komen niet tot het automatiseren van deze koppelingen. Sommige kinderen lezen hierdoor spellend of aarzelend, anderen raden bij het lezen. Dyslectische kinderen maken dus dezelfde fouten als beginnende lezers. Het verschil met “normale lezers” is echter dat dyslectici deze fouten veel frequenter maken en dat ze bovendien hardnekkig zijn. Mogelijke signalen van dyslexie zijn moeilijkheden met:
•             het horen van verschillen tussen klanken in woorden, lettergrepen of woorden in zinnen
•             directe woordherkenning
•             het onthouden van woordbeelden
•             het onthouden van losse, op zichzelf staande feiten
•             formules en begrippen
•             informatieverwerking
•             simultane handelingen
•             het leren van vreemde talen
•             het automatiseren van de tafels van vermenigvuldiging


 

Mogelijk zwakke kanten:

Aandacht en concentratie

  • verhoogde afleidbaarheid
  • vergeetachtigheid en verstrooidheid
  • concentratieproblemen

Oriëntatie in tijd en ruimte

  • moeilijk klok lezen
  • zwak gevoel voor tijd en ordening in tijd
  • weg vinden, begrippen links, rechts, voor, na, boven, onder zijn moeilijk

Motorische vaardigheden

  • moeizaam en moeilijk leesbaar geschrift
  • onhandigheid
  • orde en structuur
  • taken vergeten
  • agenda onvolledig ingevuld 
  • moeilijk orde houden, allerlei dingen verliezen

Geheugen

  • problemen met onthouden van losse, op zichzelf staande gegevens
  • problemen met complexe opdrachten
  • afspraken en spullen vergeten

Sociale vaardigheden

  • weinig zelfvertrouwen, emotionele of sociale problemen, gedragsproblemen

Mogelijk sterke kanten:

 

 Geheugen

  • uitstekend lange termijngeheugen als het gaat om ervaringen, locaties en gezichten

Creatief problemen oplossen

  • meerdere aspecten van een probleem tegelijk zien
  • levendige verbeelding
  • creatief in het bedenken van oplossingen
  • aanleg voor kunst, drama, muziek, sport, verhalen vertellen, verkopen, zaken doen, ontwerpen, bouw of techniek

Visueel-analytische vaardigheden:

  • snel zien hoe iets (bijvoorbeeld een gebouw of een wiskundig probleem) is opgebouwd, hoe het in elkaar zit
  • een groot geheel makkelijk opsplitsen in de delen waaruit het is opgebouwd

Ruimtelijke vaardigheden:

  • sterk in driedimensionaal denken (een voorwerp dat ze maar van één kant zien, als het ware in hun hoofd van alle kanten bekijken)

Sociale vaardigheden

  • begrip voor problemen van anderen
  • groot doorzettingsvermogen

Hoe wordt de diagnose dyslexie gesteld?
In eerste instantie wordt nagegaan hoe ernstig de stoornis is, welke fouten het kind maakt en welk niveau het haalt voor lezen en schrijven. Als er sprake is van een verontrustende achterstand t.o.v. leeftijdsgenootjes, wordt intensieve behandeling aangeraden. Het kind volgt dan minstens twee keer per week logopedie (eventueel aangevuld met ondersteuning op school). Na één jaar intensief werken, wordt het kind opnieuw geëvalueerd. Is er bij deze evaluatie weinig of geen verbetering t.o.v. de beginsituatie, dan is de kans groot dat het kind dyslexie heeft. Dyslexie is immers een groot automatiseringsprobleem waarbij het kind ondanks gerichte, intensieve behandeling onvoldoende vooruitgang boekt.


Wat doet de logopedist (behandeling)?
De logopedist kijkt waar het fout loopt en oefent met het kind om deze hiaten in te vullen. De oefeningen worden afgestemd op het niveau van het kind. Bij het technisch lezen gaat de logopedist in eerste instantie na of het kind de auditieve basisvoorwaarden (rijmen, klanken herkennen in verschillende posities in het woord, …) beheerst. Daarna worden de foneem-grafeemkoppelingen gevisualiseerd. Het kind krijgt trucjes aangeleerd waardoor het de b/d, ie/ei, eu/ui/uu minder makkelijk verwart. Vervolgens pakt de logopedist het spellend/radend lezen aan. Het kind leert dan dat woorden uit woorddelen bestaan bv. medeklinkerclusters zoals ‘bl- in blok’ of ‘-rst in worst’. Het kind leert ook voor- en achtervoegsels herkennen in woorden waardoor ze een woord in de juiste leesboog plaatsen bv. ‘be-dien i.p.v. bed-ien’. Daarna leert het kind verschillende woordklassen. Bij de spelling werkt de logopedist ook aan de auditieve en visuele basisvoorwaarden en daarna aan de foneem-grafeemkoppeling. Eerst komen woorden aan bod die je schrijft zoals je ze hoort. Daarna worden de regelwoorden systematisch ingeoefend bv. d/t op het einde van een woord, open en gesloten lettergrepen, … Als laatste leert het kind de woorden die onthouden moeten worden.


Welke extra inspanningen kunnen er op school gebeuren?
Als na intensieve logopedische behandeling geen vooruitgang geboekt wordt en
de lees- en/of spellingsproblemen blijven bestaan, wordt de diagnose dyslexie
toegekend. Dyslexie kan niet weggewerkt worden. Maar dit betekent niet dat
een kind zijn studies niet kan verderzetten, integendeel. In overleg met de school
kunnen maatregelen genomen worden waardoor het schoolgaan voor een kind
met dyslexie aangenamer kan verlopen. Deze aanpassingen worden voor elk
kind individueel bepaald en noemt men STICORDI-maatregelen.

 

Wat zijn STICORDI-maatregelen?
Dit zijn maatregelen die op school worden genomen om het totale ontwikkelingsproces van het kind (welbevinden, competenties en betrokkenheid), positiever en evenwichtiger te laten evolueren. STICORDI staat voor Stimuleren, Compenseren, Remediëren en Dispenseren.

STImulerende maatregelen

  • Het probleem erkennen
  • begrip tonen
  • met het probleem leren omgaan
  • aanmoedigen, …

= Aandacht voor het welbevinden, waaronder ook het zelfvertrouwen
van het kind (90% van de maatregelen).

COmpenserende maatregelen

  • Extra tijd krijgen bij toetsen
  • oefeningen met dezelfde moeilijkheidsgraad maar beperking van hoeveelheid
  • beperkte huiswerkhoeveelheid
  • een spellingskaart mogen gebruiken
  • vergrote leesteksten
  • aangepaste lijnen
  • boeken van elk vak in
  • een bepaalde kleur kaften
  • pictogrammen gebruiken om de weg te vinden
  • hulpmiddelen (b.v. spellingscorrector, geluidscassettes of cd-rom voor vreemde talen);
  • andere strategie (b.v. schriftelijke toets mondeling toelichten).
  • een dagschema gebruiken …

= Hulpmiddelen aanbieden die het leren vergemakkelijken.


Remediërende maatregelen

Door extra zorg (logopedie, taakklas, zorgleerkrachten, …) werken aan het probleem om tot een hoger niveau te komen.
= Gericht oefenen.

DIspenserende maatregelen

  • Invuldictee i.p.v. zinnendictee
  • geen zinnendictee moeten maken
  • geen uitbreidingsleerstof moeten maken
  • alleen enkelvoudige vraagstukken moeten maken
  • geen vraagstukken moeten maken
  • niet hardop voorlezen
  • niet voor het bord komen

= Vrijstellen van bepaalde opdrachten

 

Wat kan je als ouder doen?

Bij kleuters

• Probeer zo weinig mogelijk baby- of kleutertaal te gebruiken. Het is beter om in eenvoudige maar correcte zinnen te spreken.
• Moedig kinderen aan om te spreken wanneer ze zelf het woord genomen hebben.
• Lees voor, doe rijmspelletjes en zing liedjes met je kind.
• Laat je kind wennen aan woorden en letters door de naam van je kind in duidelijke letters onder een tekening te schrijven, op de slaapkamerdeur te plakken of in klei te maken.
• Speel spelletjes, bv. memory.


Op de lagere school

• Werk samen aan oefeningen uit de klas (of logopedie). Probeer dit op een creatieve manier te doen bv. letters maken in klei of letters in een zandbak schrijven.
• Lees veel voor. Zo ontdekt een kind dat boeken interessant zijn en niet alleen een opeenstapeling van vervelende letters.
• Stimuleer je kind in zijn talenten.
• Het lezen moet niet alleen in het teken staan van ‘letters en lezen’ maar kan aangevuld worden door elk om beurt te lezen, in een kookboek te lezen, een stripverhaal te maken of lezen, …
• Lees AVI-boekjes van de Stichting Dyslexie. Vooraan in deze boeken worden de moeilijkste woorden visueel voorgesteld.
• Zorg voor een beloningssysteem als je kind een aantal boekjes per week leest. Je kind moet deze boekjes niet alleen lezen, je kan bv. samen luidop lezen, elk om beurt een stukje lezen, elk om beurt 1 of 2 zinnen lezen, dobbelen om te zien wie het stukje/blad leest.
• Beperk het lezen tot een 10/15-tal minuten per avond want je kind heeft al een dag gewerkt op school en/of huiswerk gemaakt.
• Wees je er van bewust dat je kind op een andere manier informatie verwerkt. Probeer op zoek te gaan hoe je kind de taken aanpakt. Dit kan eventueel wat bijgestuurd worden.
• Voor het schrijven: koop een goede pen, een potlood met drie kanten of Vragen? Noteer ze hier
potloodsteun.
• Speel niet voor leerkracht want oefenen moet leuk blijven.
• Pas op voor jaloezie want broers en zussen kunnen jaloers worden omdat het dyslectisch kind veel extra tijd en aandacht krijgt.
• Oefen regelmatig de letters waarmee je kind moeite heeft bv. b/d, eu/uu/ui of ie/ei. Tracht dit op een speelse manier aan te brengen.
• Gebruik een leeskaartje of wijs mee met een balpen/vinger onder de woorden.• Bij oudere kinderen kan gevraagd worden om de vinger vooraan bij een regel te plaatsen zodat je kind geen leesregels overslaat.
• Gebruik kleurtjes om verschillende fouten aan te duiden. Zo leert je kind woorddelen herkennen.


Bekende dyslectici

Albert Einstein, Tom Cruise en Mozart.


Interessante links

www.sprankel.be
www.letop.be
www.eurekaonderwijs.be


Tekst in Dyslexie

Vlgones een oznrdeeok op een Eglnese uvinretsiet mkaat het niet uit in wlkee vloogdre de ltteers in een wrood saatn, het einge wat blegnaijrk is is dat de eretse en de ltaatse ltteer op de jiutse patals saatn. De rset van de ltteers mgoen wllikueirg gpletaast wdoren en je knut vrelvogens gwoeon lzeen wat er saatt. Dit kmot odmat we niet ekle ltteer op zcih lzeen maar het wrood als gheeel.

Oorspronkelijke tekst
Volgens een onderzoek op een Engelse universiteit maakt het niet uit in welke volgorde de letters in een woord staan, het enige wat belangrijk is is dat de eerste en de laatste letter op de juiste plaats staan. De rest van de letters mogen willekeurig geplaatst worden en je kunt vervolgens gewoon lezen wat er staat. Dit komt omdat we niet elke letter op zich lezen maar het woord als geheel.

Deze Sticordi-maatregelen worden altijd gekoppeld aan de wijze waarop men evalueert.
Natuurlijk is het niet zo belangrijk hoe men een bepaalde maatregel uiteindelijk benoemt. Men moet zich wel steeds afvragen of een welbepaalde maatregel al dan niet nog beoogt een bepaald doel te bereiken. De keuze van maatregelen is een ding, het samen zoeken hoe deze concreet te verwezenlijken zijn is een andere zaak. Ook hier moet oog voor zijn. B.v. Als er afgesproken wordt dat de leerling meer tijd krijgt voor de proefwerken, wat houdt dit dan precies in? Vroeger beginnen. Is er dan al toezicht? Kan de leerling tijdig op school geraken?

Enkele aanbevelingen


Algemeen

- De dyslectische leerling zou meer tijd kunnen krijgen om een toets te maken.

- Gelijktijdig schriftelijk (de klas) en mondeling(de dyslectische leerling) toetsen is mogelijk. De leraar kan opdrachten en vragen ook zelf nog eens voorlezen.


Taalonderricht

- Indien mondelinge proeven niet mogelijk zijn (bv. stelopdracht), dan kan men vooral letten op aspecten waarin de dyslecticus kan bijleren: zins- en paragrafenstructuur, samenhang, logisch ordenen ... maar niet, of in beperkte mate op spelfouten.

Bij fout geschreven woorden in een proef waarin de woordenschat de aandacht krijgt, mogen, ook bij dyslectische leerlingen, punten worden afgetrokken. De proef moet echter uitgebalan­ceerd zijn, zodat spellen alleen niet kan leiden tot rampzalig puntenverlies: b.v.:
-  een aantal afzonderlijke te vertalen en concreet te spellen woorden;
-  een aantal woorden die m.b.v. pijltjes met hun synoniemen moeten worden         verbonden;
-  voorgedrukte woorden die op de juiste plaats in een tekst moeten ingevuld worden;
-  een aantal woorden dienen voor een juiste definitie te worden geschreven;
-  zinnen reconstrueren aan de hand van gegeven woorden;
- Indien men spelling, als (een beperkt) onderdeel van het leerplan, toetst d.m.v. een dictee, dan hoeft men niet van alle leerlingen hetzelfde dictee af te nemen:
men geeft de dyslecticus slechts een half dictee, zodat hij meer tijd heeft om na te kijken;
- men geeft een invuldictee i.p.v. een zinnendictee;

- Bij toetsen en taken kunnen twee scores worden gegeven, een op inhoud en een andere op spelling.


Nog enkele tips…..

Wat kan je doen als leerkracht ?
Enkele maatregelen ter compensatie van ernstige lees- en schrijfproblemen:
- zoveel mogelijk duidelijkheid en structuur brengen in het lesgeven;
- meer visueel aanbieden van lesstof, wellicht in combinatie met auditieve toelichting, komt dyslectische leerlingen zeker ten goede;
- een dyslectische leerling heft vooral steun aan concrete aanwijzingen voor verbeteringen, zoals bijvoorbeeld in een dictee de juiste schrijfwijze in de kantlijn zetten ;
- afwisseling in toetsingsvormen, bijvoorbeeld een deel multiple choice en een deel open vragen geeft leerlingen een extra kans;
- steeds mogen beschikken over alle hulpmiddelen die tot een correcte spelling kunnen leiden (woordenboek, grammatica,...);
- kans krijgen om dactyloles te volgen;
- opstellen en verhandelingen laten maken met een tekstverwerker, voorzien van een spellingscontrole;
- spelfouten niet in de beoordeling van niet-taalvakken betrekken;
- de agenda wordt bij het begin van de les ingevuld, of schrijft de klasagenda van de leerkracht over;
- meer filmbesprekingen doen i.p.v. boekbesprekingen of gebruik maken van de gesproken boeken van de brailleliga;
- wanneer teveel spelfouten worden gemaakt in de woordenschatverwerving van een vreemde taal , is het aan te raden om de basiswoordenschat te beperken tot frequente woorden met een één- of tweelettergrepige structuur;
- extra tijd krijgen bij proefwerken en overhoringen;
wees bewust van de extra tijd, energie en concentratie die dyslectici nodig hebben telkens wanneer geschreven taal belangrijk is bij een taak (lezen of schrijven). Dyslectici hebben ook meer tijd nodig om hun gedachten te ordenen, ook wanneer hen bijvoorbeeld in de klas een vraag gesteld wordt.
- zowel het leerproces als de leerstof moeten gestructureerd zijn. Gebruik handboeken en teksten zonder overbodige "versierselen" die toch maar van de essentie afleiden. Werk systematisch van het algemene naar het concrete en nadien van het concrete terug naar het algemene.
- beschikken over op papier voorgeschreven opgaven voor alle overhoringen ( dus geen gedicteerde opgaven);
- foutloze kopieën krijgen van notities en oefeningen, die thuis moeten ingestudeerd worden;
- het kind niet aan het bord laten komen bij dictee of andere spellingoefeningen. Dit betekent alleen maar een vernedering;
- mondeling overhoren van leerstof waarbij de spelling geen enkele rol speelt.
- de problemen bespreken met de leerling zelf, met de medeleerlingen, of met de ouders;
- samen regels afspreken zodat de leerling in groep kan blijven functioneren;
- de leerling positief waarderen als iets daadwerkelijk goed lukt of met grote inzet is uitgevoerd;
- belang van feedback, je leert met de leerlingen praten over wat goed en wat fout is, en waarom iets beter is en waarom iets zwakker is, kennis over fouten is veel belangrijker dan gewoon op de hoogte gebracht worden van bv. een aantal punten;
- Het leerproces moet herhaald worden tot een automatisme optreedt, zelfs wanneer de leerling de stof begrepen lijkt te hebben.
- vermijden van opmerkingen over het handschrift;
- eventueel een sticker op een werkblad laten aanbrengen zodat diegene die verbetert verwittigd is;
- in geval van een schriftelijke ondervraging, laat je de leerling achteraf zijn antwoorden mondeling verduidelijken;
- is er onvoldoende tijd, ga dan niet fout rekenen wat niet af is ( om te vermijden dat het kind terugvalt op zijn vroegere aanpakgewoonte: snel en onnauwkeurig werken);
- schema's kunnen lange teksten vervangen;
- vetgedrukte kernwoorden in lesbesluiten of samenvattingen geven minder aanleiding tot foutief leren;
- Tracht leerlingen zoveel mogelijk bijkomend audiovisueel materiaal (video met documentaires, debatten,..) ter beschikking te stellen , liefst niet alleen tijdens de lessen, maar ook daarbuiten, als hulpmiddel bij het verwerken en instuderen thuis. Maak leerlingen attent op tv-programma’s die aansluiten bij de behandelde problematiek..
Dyslectici vinden het vaak moeilijk te veralgemenen. Het is daarom belangrijk samen met hen regelmatig het grotere geheel van de leerstof te overlopen (b.v. aan de hand van een inhoudstafel); daarna kunnen ze de details beter plaatsen en instuderen. Omdat ze moeilijk veralgemenen hebben veel dyslectici ook de neiging uitspraken en instructies letterlijk te nemen. Hou daarmee rekening bij het formuleren van informatie en opdrachten.

Wijs de leerlingen op conventies (inleiding, voetnoten,titels, schikking,..) in verband met ge­schreven taken. Vermijd dat deze voor elke leerkracht anders zijn, tracht met collega's een gemeenschappelijk formaat af te spreken. Leg de nadruk op het weergeven van de essentiële punten en op de overgangen daartussen.

 

Wat kan je doen als ouder ?

- prijs hem voor zijn inspanning als hij iets erg moeilijks heeft gedaan, bv. een opstel geschreven
- er vooral open voor staan en aanvaarden dat je kind b.v. minder leerstof krijgt;
- ook actief betrokken zijn bij de leesbegeleiding
- bij het instuderen van een les, kan je als ouder eerst de les voorlezen, de woorden misschien verklaren, en hem dan de les zelfstandig laten leren;
- je kind de kans geven om te leren werken met een tekstverwerkingsprogramma;
-een dyslectisch kind verdient ook wel eens een straf, maar dan liefst iets waarbij het niet weeral eens moeten schrijven
- spreek positieve verwachtingen voor de toekomst uit, vooral op momenten van teleurstelling
(denk maar aan bijv. bepaalde studiekeuze);
- zorgen voor regelmaat in het huiselijk leven;
- zorgen voor rust, zeker tijdens werkmomenten;
- ook een gezonde ontspanning is noodzakelijk;

 

Wiskundeonderricht
- Men legt de nodige tolerantie aan de dag voor het talig weergeven van definities. Men hecht meer aandacht aan het juiste gebruik van de gedefinieerde begrippen.

- Men staat het gebruik toe van rekenmachines, formuletabellen. Bij moeilijkere algoritmen en/of opgaven mag de leerling een vooraf gegeven 'werkschema' gebruiken.
- Men formuleert - d.i. overigens belangrijk voor alle leerlingen - de vragen in korte, duidelijke, directe zinnen. Men gaat na of de dyslectische leerling de vraagstelling juist leest en leest ze eventueel voor.

Nog enkele tips…..

Wat kan je doen als leerkracht ?
Enkele maatregelen ter compensatie van ernstige lees- en schrijfproblemen:
- zoveel mogelijk duidelijkheid en structuur brengen in het lesgeven;
- meer visueel aanbieden van lesstof, wellicht in combinatie met auditieve toelichting, komt dyslectische leerlingen zeker ten goede;
- een dyslectische leerling heft vooral steun aan concrete aanwijzingen voor verbeteringen, zoals bijvoorbeeld in een dictee de juiste schrijfwijze in de kantlijn zetten ;
- afwisseling in toetsingsvormen, bijvoorbeeld een deel multiple choice en een deel open vragen geeft leerlingen een extra kans;
- steeds mogen beschikken over alle hulpmiddelen die tot een correcte spelling kunnen leiden (woordenboek, grammatica,...);
- kans krijgen om dactyloles te volgen;
- opstellen en verhandelingen laten maken met een tekstverwerker, voorzien van een spellingscontrole;
- spelfouten niet in de beoordeling van niet-taalvakken betrekken;
- de agenda wordt bij het begin van de les ingevuld, of schrijft de klasagenda van de leerkracht over;
- meer filmbesprekingen doen i.p.v. boekbesprekingen of gebruik maken van de gesproken boeken van de brailleliga;
- wanneer teveel spelfouten worden gemaakt in de woordenschatverwerving van een vreemde taal , is het aan te raden om de basiswoordenschat te beperken tot frequente woorden met een één- of tweelettergrepige structuur;
- extra tijd krijgen bij proefwerken en overhoringen;
wees bewust van de extra tijd, energie en concentratie die dyslectici nodig hebben telkens wanneer geschreven taal belangrijk is bij een taak (lezen of schrijven). Dyslectici hebben ook meer tijd nodig om hun gedachten te ordenen, ook wanneer hen bijvoorbeeld in de klas een vraag gesteld wordt.
- zowel het leerproces als de leerstof moeten gestructureerd zijn. Gebruik handboeken en teksten zonder overbodige "versierselen" die toch maar van de essentie afleiden. Werk systematisch van het algemene naar het concrete en nadien van het concrete terug naar het algemene.
- beschikken over op papier voorgeschreven opgaven voor alle overhoringen ( dus geen gedicteerde opgaven);
- foutloze kopieën krijgen van notities en oefeningen, die thuis moeten ingestudeerd worden;
- het kind niet aan het bord laten komen bij dictee of andere spellingoefeningen. Dit betekent alleen maar een vernedering;
- mondeling overhoren van leerstof waarbij de spelling geen enkele rol speelt.
- de problemen bespreken met de leerling zelf, met de medeleerlingen, of met de ouders;
- samen regels afspreken zodat de leerling in groep kan blijven functioneren;
- de leerling positief waarderen als iets daadwerkelijk goed lukt of met grote inzet is uitgevoerd;
- belang van feedback, je leert met de leerlingen praten over wat goed en wat fout is, en waarom iets beter is en waarom iets zwakker is, kennis over fouten is veel belangrijker dan gewoon op de hoogte gebracht worden van bv. een aantal punten;
- Het leerproces moet herhaald worden tot een automatisme optreedt, zelfs wanneer de leerling de stof begrepen lijkt te hebben.
- vermijden van opmerkingen over het handschrift;
- eventueel een sticker op een werkblad laten aanbrengen zodat diegene die verbetert verwittigd is;
- in geval van een schriftelijke ondervraging, laat je de leerling achteraf zijn antwoorden mondeling verduidelijken;
- is er onvoldoende tijd, ga dan niet fout rekenen wat niet af is ( om te vermijden dat het kind terugvalt op zijn vroegere aanpakgewoonte: snel en onnauwkeurig werken);
- schema's kunnen lange teksten vervangen;
- vetgedrukte kernwoorden in lesbesluiten of samenvattingen geven minder aanleiding tot foutief leren;
- Tracht leerlingen zoveel mogelijk bijkomend audiovisueel materiaal (video met documentaires, debatten,..) ter beschikking te stellen , liefst niet alleen tijdens de lessen, maar ook daarbuiten, als hulpmiddel bij het verwerken en instuderen thuis. Maak leerlingen attent op tv-programma’s die aansluiten bij de behandelde problematiek..
Dyslectici vinden het vaak moeilijk te veralgemenen. Het is daarom belangrijk samen met hen regelmatig het grotere geheel van de leerstof te overlopen (b.v. aan de hand van een inhoudstafel); daarna kunnen ze de details beter plaatsen en instuderen. Omdat ze moeilijk veralgemenen hebben veel dyslectici ook de neiging uitspraken en instructies letterlijk te nemen. Hou daarmee rekening bij het formuleren van informatie en opdrachten.

Wijs de leerlingen op conventies (inleiding, voetnoten,titels, schikking,..) in verband met ge­schreven taken. Vermijd dat deze voor elke leerkracht anders zijn, tracht met collega's een gemeenschappelijk formaat af te spreken. Leg de nadruk op het weergeven van de essentiële punten en op de overgangen daartussen.

 

Wat kan je doen als ouder ?

- prijs hem voor zijn inspanning als hij iets erg moeilijks heeft gedaan, bv. een opstel geschreven
- er vooral open voor staan en aanvaarden dat je kind b.v. minder leerstof krijgt;
- ook actief betrokken zijn bij de leesbegeleiding
- bij het instuderen van een les, kan je als ouder eerst de les voorlezen, de woorden misschien verklaren, en hem dan de les zelfstandig laten leren;
- je kind de kans geven om te leren werken met een tekstverwerkingsprogramma;
-een dyslectisch kind verdient ook wel eens een straf, maar dan liefst iets waarbij het niet weeral eens moeten schrijven
- spreek positieve verwachtingen voor de toekomst uit, vooral op momenten van teleurstelling
(denk maar aan bijv. bepaalde studiekeuze);
- zorgen voor regelmaat in het huiselijk leven;
- zorgen voor rust, zeker tijdens werkmomenten;
- ook een gezonde ontspanning is noodzakelijk;